Haarlem

OVER

Haarlem spaarnwouderpoort

De poort, waarvan de as schuin op de stadsgracht staat, bestaat uit een zwaar rechthoekig poortlichaam, geflankeerd door twee achthoekige torens aan de veldzijde, en een voorpoort. De hoofdpoort kan dezelfde poort zijn als die welke in 1426 in een thesauriersrekening wordt genoemd. De overwelfde doorgang bezit aan de veldzijde twee zware deuren en kon aan de stadzijde met een valhek worden afgesloten. De stadsmuur liep aan de zuidzijde even­wijdig aan de as van de poortdoorgang en sloot daar vlak naast tegen de stadzijde van de poort aan. Aan de noordzijde sloot de muur, zoals gebruike­lijk, tegen de zijkant van de poort aan. Tegen de muur waren huizen ge­bouwd, die eerst omstreeks 1890 werden gesloopt.

In de noorde­lijke flanktoren is een doorgaande stenen spiltrap. Daarover bereikt men uit de poortdoorgang de wachtruimte daarboven. Zeer merkwaardig is de wijze waarop het poortlichaam naar boven smaller wordt. In de wachtruimte zijn op twee meter binnen de zijmuren spitsbogen, waarop een smallere boven­bouw verrijst. Daardoor ontstonden aan de voet daarvan twee open weergangen. De kantelen daarop werden omstreeks 1890 hersteld. Een dichtge­metselde doorgang aan de noordzijde laat de plaats zien waar men op de weergang van de zeer hoge stadsmuren kon komen. Rond het steile tentdak van het smalle bovenste deel van het poortlichaam is een lage open weer­gang. Aan de veldzijde is op twee meter boven de vloer van de wachtruimte tussen de beide flanktorens een uitgekraagde overloop met borstwering.

 

In de vloer ervan zijn vier werpgaten. De voorpoort werd aan het einde van de vijftiende eeuw toegevoegd. De datering kan ongeveer worden afgeleid van het feit dat in siermetselwerk naast het stadswapen Bourgondische vuurslagen en het wapen van Oosten­rijk voorkomen. Dit moet zijn uit de tijd dat keizer Maximiliaan voogd over Philips de Schone was, na de dood van zijn echtgenote, Maria van Bour- gondië, in 1482. De voorpoort bestaat uit twee ronde torens op achtkante voet, boven weer overgaand in achtkant, door een overdekte weergang op twee spaarbogen verbonden met de beide torens van de hoofdpoort. Tussen de beide voorpoorttorens is een boog, waarover een overdekte gang loopt. In de voet van de torens zijn geschutgaten, hoger op kleinere schietgaten. In de benedenruimte en in de bovenruimte van de zuidelijke toren is een kleine stookplaats. Op de weergang aan de zuidzijde was oorspronkelijk een privaat uitgebouwd, dicht bij de hoofdpoort. De vier torentjes zijn alle gedekt door een spits, die met de steile kap van de hoofdpoort het geheel een zeer weerbaar karakter geven. In 1613 werd de gevel aan de stadzijde gewijzigd, mogelijk onder leiding van Lieven de Key. In 1632 werd de trekvaart naar Amsterdam gegraven, waarna de poort eerst Amsterdamse poort is gaan heten.

GALLERY

Haarlem spaarnwouderpoort

MAP

Remy Steller websites

© Alle rechten voorbehouden

o M

-