Contact  |   Disclaimer  © 2018 Remy Steller - Alle rechten voorbehouden

www.KOORNMARKTSPOORT.nl

Hagenpoort

Gelegen in de Buitenhoek aan het einde van de Oudestraat. Gebouwd bij de uitbreiding van de stad in de veertiende eeuw.

De Hagenpoort, die door twee hoge stenen muren en een brug over de Burgel met de omstreeks 1500 gebouwde ronde Hagentoren was verbonden, is weliswaar in het platte vlak bekend via een kaart van de omgeving van Hagenpoort uit 1543, maar alleen via de prent van Paulus Utenwael uit 1598 is bekend hoe de situatie ter plekke er in opstand heeft uitgezien. Deze poort was de gevangenis van Kampen, de prominente G.Konerding zat hier gevangen en hieruit ontsnapte in 1622 de remonstrantse predikant J.Meilingius.

De poort is pas in 1893 gesloopt waardoor er ook foto’s van de poort zijn bewaard zijn gebleven.


Prent Campen door Joan Blaeu

Hagenpoort

Als aanlegtijd voor de Hagenpoort is een datering rond het midden van de 14de eeuw voorgesteld, de Hagenpoort duikt in historische bronnen in 1435 voor het eerst op vanwege werkzaamheden aan het slot.

Onderzoek naar de gebruikte stenen lijken die in het fundament aan de oude kant, en duidt dit misschien op een vroege aanleg tijdens de tweede uitbreidingsfase (circa 1337-1350) bij de opbouw in een volgend stadium vond afwerking plaats door de muur over de gehele lengte op te trekken tot de gewenste definitieve hoogte. Dit uitgangspunt bij de bouw kunnen we vaststellen voor het resterende muurwerk uit de tweede fase van de 14de eeuw.

Bij de laatste middeleeuwse stadsuitleg (1462-1505) kunnen we een vergelijkbare aanpak vaststellen bij de Broederpoort. Uit een horizontale bouwnaad, zichtbaar aan de oostelijke gevel, blijkt dat de poort bestaat uit een onderlaag en een bovenlaag inclusief kap. Dankzij historische bronnen zijn beide onderdelen te dateren. De onderlaag is in 1465 aangelegd en de bovenlaag in 1468.



Bij de Hagenpoort valt een dergelijke naad niet meer vast te stellen. Wel geeft de bouwmethodiek, die is aangetroffen bij de 14e eeuwse bovengrondse muurdelen en de Broederpoort aan, dat de Hagenpoort op gelijke wijze gefaseerd kan zijn gebouwd. Het steen formaat van het poortfundament sluit aan bij een verwachte datering op basis van historisch onderzoek.


De poortdeuren van de Hagenpoort hangend aan een duimgeheng waren waarschijnlijk van ijzerbeslag voorzien, met de mogelijkheid om aan de binnenzijde extra balken aan te brengen voor meer stevigheid bij eventueel geweld. Tevens ter bescherming was de poort voorzien van een valhek. In 1527 en 1528 werden deuren en valhek van de Hagenpoort vernieuwd, F. Hogenberg vervaardigde in1575, ter gelegenheid van het glorieuze moment van inname van de stad door Staatse troepen in 1572, een fraaie kopergravure waarop de Hagenpoort - met valhek - zichtbaar is.


Voor 1600 werd er voor de Hagenpoort een nieuwe buitenpoort gebouwd, ook was een toren gebouwd met een diameter van tenminste tien meter, forser dan de overige torens die met een onderlinge afstand van 100 meter door de stadsmuur met elkaar verbonden waren.

De toren, die door twee hoge stenen muren en een brug over de gracht met deze Hagentoren was ver­bonden., was één van de torens die op de vier hoeken van de stad te vinden waren.

Het voorwerk bij de Hagenpoort verdween met de komst van de bolwerken die aangelegd werden tussen 1614 en 1619

De grote ronde Hagentoren voor de poort bleef, na het verdwijnen van zijn verdedigingsfunctie, nog geruime tijd binnen het aangelegde bolwerk staan, al raakte hij wel steeds meer in verval. Hij werd uit­eindelijk in 1736 gesloopt.

Omstreeks het midden van de 16de eeuw was boekdrukker Peter Warnerssen gevangen gezet in de Hagenpoort op verdenking van ketterij. Na ondervraging op het Raadhuis zou hij weer in de poort opgesloten worden, maar enkele vrienden wisten hem te bevrijden.



In de strijd tegen Spanje zond de prins van Oranje in 1572 een legertje onder leiding van zijn zwager, graaf Willem van den Bergh, naar ons land. Van den Bergh veroverde Zutphen, Harderwijk, Elburg en Hattem en richtte zich vervolgens op de drie IJsselsteden. Op 9 augustus stond de graaf voor Kampen, maar van overgave was geen sprake en de aanvallers sloegen het beleg voor de stad. Na een aanvankelijk bombardement met zijn geschut tegen de poort aan de zuidzijde van de stad (de Venepoort), verplaatste Van den Bergh zijn kanonnen naar het noorden om de Hagenpoort onder vuur te nemen, waardoor het gebouw in brand vloog, de stedelingen bedwongen het vuur echter. Vervolgens brachten de belegeraars een mijn onder de poort aan en werd de situatie voor de stad kritiek.

Eén van de Kamper aanvoerders onderhandelde, hangend uit een raam van de Hagenpoort, met de belegeraars. Op tamelijk gunstige voorwaarden gaf Kampen zich op 11 augustus over.


Het uiterlijk van de Hagenpoort is vastgelegd op enkele tekeningen en foto’s, de oudste afbeelding van deze poort is op de kaart van J. van Deventer uit circa 1560, maar de weergave is te schetsmatig om er details aan te ontlenen.

Op de al genoemde kopergravure van F. Hogenberg wordt de gedaante van de Hagenpoort, bestaande uit een poorthuis met twee flankerende torens, getoond. De kaart van P. Utenwael (1598) en die van J. Blaeu (1649) bevestigt deze opzet. In plattegrondvorm wordt het basisconcept van een rechthoekig poortgebouw, geflankeerd door twee torens, eveneens getoond op de kadastrale minuut uit 1818.

Een tekening door A. Beerstraten van omstreeks 1665 toont de poort vanuit het noorden, zodat een indruk wordt verkregen vanaf de veldzijde. Het rechthoekige hoofdgebouw bezat toen boven de poortdoorgang een tweetal kloosterkozijnen. De onderste openingen waren voorzien van vensterkooien, vergelijkbaar met die van het Oude Raadhuis. De eerste verdieping van het rechthoekige hoofdgebouw werd afgesloten door een kantéling. Het opgaand muurwerk van het hoofdgebouw boven de verdieping was zeskantig en werd eveneens afgesloten door een kantéling. Een spitse kap dekte de toren af. De flankerende torens waren vanaf de verdieping van het hoofdgebouw eveneens zeskantig, bezaten een kantéling en eveneens een spitse kap. Op de tekening door Beerstraten vertoont de westelijke zijtoren geen openingen, maar heeft de oostelijke tegenhanger een tweetal kloosterkozijnen.

De tweede verdieping en de zolder van het hoofdgebouw hebben in het noordelijke gevelvlak een tweetal kloosterkozijnen. Het aangrenzende muurvlak ten oosten bezit echter slechts één kloosterkozijn. Aan de zuidzijde (stadskant) van de oostelijke flanktoren is een klein torentje met spits aanwezig.


Een fraaie aquarel van J.J. Fels uit het midden van de 19de eeuw toont de Hagenpoort vanaf de Oude Buitenhaven. In het noordelijke gevelvlak is de verdieping geopend met de twee bekende kloosterkozijnen; het vlak erboven is gesloten. Het muurwerk eindigt in een spitsboogfries. Als vanouds is het poorthuis gedekt door een spits, al is, door de verwijdering van de kantéling, nu een insnoering zichtbaar. De voorstelling toont ook de oostelijke flanktoren, die beroofd is van zijn spits en een hellend plat dak bezit. Ook het muurwerk hiervan eindigt in een spitsboogfries. De kleine toren aan de zuidzijde van de flanktoren moet het in deze fase eveneens zonder spitsbekroning stellen. Het zicht op de poortdoorgang wordt ontnomen door een éénlaagshuisje, ter plaatse van de voormalige muur, een teken van fysiek verval der vestingwerken.

In de nadagen van het bestaan van de Hagenpoort zijn nog enkele foto’s genomen van dit markante bouwwerk, dat het straatbeeld ooit nadrukkelijk bepaalde. Kort voor de sloop werd van de eerste verdieping nog een opmeting vervaardigd, dankzij deze tekening weten we dat in het torentje aan de zuidzijde van de oostelijke flanktoren een spiltrap aanwezig was.

Een radicale sanering van de binnenstad zou alleen mogelijk zijn als er elders in groten getale nieuwe hui­zen verrezen. Maar ook na de eeuwwisseling kwam de stadsuitleg maar moeizaam op gang. Ruimte om de bevolkingsdruk in de bebouwde kom te verlichten werd hoofdzakelijk gezocht in de richting van Brunnepe. Langs de Noordweg, aanvankelijk een slecht geplaveide en gebrekkig verlichte straat met voor het merendeel armoedige huisjes, kwam sinds de komst van de nieu­we fabriek van Berk steeds meer bebouwing te staan. Brunnepe, oorspronkelijk een dorp van landbouwers en vissers, rukte steeds dichter naar de stad op en kreeg door de vestiging van fabrieksarbeiders een meer industrieel gerichte bevolking.

Dat de afstand tussen dorp en stad was weggevallen, werd op brute wijze gesymboliseerd door de afbraak in 1893 van de aan het einde van de Oudestraat gelegen Hagenpoort. Het historische gebouw verkeerde in een vervallen toestand, maar het college van B en W was niet genegen de ongeveer ƒ 700,- op tafel te leggen die voor het herstel nodig waren. Nu het gebied buiten de poort aan belang had gewonnen, vormde de nauwe toe­gang bij deze eeuwenoude stadsentree een hinderlijk obstakel voor het toegenomen verkeer. Tegen het voor­stel om de poort te slopen verhieven verscheidene bur­gers en ook de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis en het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap hun stem. De historicus J.C. Bijsterbos sprak over "eene onvergeeflijke daad, waardoor het eigenaardig schoon van Kampen in hooge mate wordt geschonden en vernield." Het afbreken van de nog aanwezige overblijfselen uit het verleden zou er toe leiden dat de stad "hoe langer zoo meer al het aan­trekkelijke zou [verliezen] dat aan hare vroegere groot­heid herinnert."

Deze protesten mochten echter niet baten. Hoewel er uitzicht was op een restauratiesubsidie van het Rijk, besloot de raad alsnog op 29 november 1892 de monu­mentale poort in het volgende jaar te laten afbreken. Volgens een ingezonden brief in de Kamper Courant kon deze beslissing op veel steun van de bevolking rekenen, omdat de poort oud en vervallen was en op bezoekers een ongunstige indruk maakte. De anonieme schrijver vroeg zich af "of de stad Kampen, die in hare drie fraaie poorten reeds de monumenten van haren toestand als vesting bewaard, wel behoefte heeft, om door opoffering van groote kosten een vierde poort als zodanig te behouden." Volgens hem zagen de ingezete­nen buiten de Hagenpoort het gebouw juist graag ver­dwijnen, "omdat het verkeer van rijtuigen daar steeds belemmering ondervindt, vooral om dezen tijd van het jaar, wanneer de doorvoer van wagenvrachten hooi veelvuldig voorkomt.



Van de gesloopte poorten kunnen, zoals bleek in 2008 ter plaatse van de Hagenpoort, nog indrukwekkende delen overgebleven zijn. Het openbreken van de bodem bij deze gelegenheid onthulde een massief brok fundament van het poorthuis en de westelijke zijtoren, waarbij bleek dat beide onderdelen gelijktijdig moeten zijn aangelegd. Dit geldt waarschijnlijk ook voor de oostelijke zijtoren.

Bronnen:

* Kamper Almanak 2009 - Restanten van de Hagenpoort

* Geschiedenis van Kampen deel 2


Prent Campen door Joan Blaeu