Unieke vondst - Kogge in IJssel
Digestum Vetus
Video lichting IJsselkogge
Over Koggen

Zo berichte de Stentor op 1 juli 2011, Op deze website treft u een verslag aan van de ontdekking tot uiteindelijk de expositie van de IJsselkogge in het Hanzemuseum.

De stad Kampen en de locatie waar de IJsselkogge is gevonden op een prent van Jacob van Deventer omstreeks 1560.

 

Door de met geofysische meetapparatuur gescande bodem van de IJssel blijkt in Juli 2011 een wrak te liggen van een groot (20 bij 8 meter) en opvallend schip, met overnaads geplaatste planken, een kogge, een wereldvondst en een gaaf exemplaar, dat eerdere vondsten in Bremen (1962) en Antwerpen (2000-2001) in de schaduw stelt, Het zoete rivierwater en de inbedding in rivierklei hebben voor een goede conservering gezorgd.

De bekendste Nederlandse afbeelding van een koggeschip is deze tekening in het `Digestum Vetus`, een 15de-eeuws register van besluiten van het Kamper stadsbestuur. De tekening laat een man in een sloep zien die de romp van het schip aan het teren is. De kogge werd in de dertiende eeuw ontwikkeld als opvolger van de platbodems die tot dan toe gangbaar waren de schepen waren ontworpen om zowel op zee als op de rivier te varen, de Kogge was echter veel zeewaardiger en kon veel meer lading vervoeren. In de late Middeleeuwen bevoeren honderden koggeschepen de Noord- en Oostzee. Natuurlijk waren daar ook Kamper kogges bij, alleen is daar nooit een tastbaar bewijs van gevonden. De enige echte aanwijzing is een getekende kogge in het Digestum Vetus, een door de secretaris van Kampen geïllustreerd stadsregister uit de tweede helft van de vijftiende eeuw.

Afbeelding: collectie Stadsarchief Kampen

Het stadsboek Digestum Vetus is een register met op het oog willekeurige optekeningen van allerlei aard die het dagelijks leven, economische organisatie, bestuur en rechtspraak van een middeleeuwse stad omvatten. Het Kamper Digestum Vetus is een unicum in Nederland omdat het hier het oudst bekende Nederlandse stadsboek betreft waarin pentekeningen zijn aangebracht die direct gerelateerd zijn aan het thema dat in het bijbehorende rubriek aan de orde wordt gesteld.

Tussen de grote hoeveelheid van juridische, bestuurlijke en maatschappelijke kwesties die in het Digestum Vetus aan bod komen, springt de nadruk die de stadssecretaris legde op kwesties die met zeden en moraliteit te maken hebben direct in het oog. Het aantal lemma's waarin onderwerpen als prostitutie, overspel, gokken en belediging is in vergelijking met de andere thema's onevenredig hoog. Het suggereert een bijzondere belangstelling van Pieter Hendrikszn. voor de naleving van de toen levende normen en waarden.

Video van de lichting van de IJsselkogge op 10 februari 2016

zie voor gedetailleerde informatie de pagina "Berging".

 

Voor de berging is een innovatieve methode ontwikkeld die de IJsselkogge, met een geschat gewicht van 50 ton en 20 meter lengte uit de IJssel moest lichten, Met een spuitlans werden op basis van waterkracht tunnels onder het wrak door gespoten. Hierdoor werden hijsbanden onder het wrak gebracht op een meter afstand van elkaar, hierdoor ontstond een soort mand van banden tevens werden er dwarsbalken geplaatst waarna met een innovatief computersysteem 40 motoren werden aangestuurd die de IJsselkogge decimeter voor decimeter uit het water tilde.

De middeleeuwse vaartuigen kenmerken zich door de overnaadse bevestiging van de huidplanken in de zijden, terwijl het vlakke deel van de bodem dikwijls karveel werd gebouwd. De overnaadse planken werden aan elkaar verbonden door spijkers die van buitenaf werden ingeslagen en aan de binnenzijde omgeslagen. De bevestiging van de planken aan de inhouten was met houten pennen uitgevoerd. De afdichting van de huid werd in de middeleeuwen vrijwel zonder uitzondering verkregen door de naden iets V-vormig uit te steken en op te vullen met mos. Dit werd afgedekt met houten latjes die weer werden vastgezet door platte ijzeren krammen, zogenaamde sintels. Karveelbouw van bodem en zijden komt algemeen in gebruik na de middeleeuwen. De planken worden niet langer onderling verbonden, maar uitsluitend vastgezet op de inhouten. Hiervoor worden houten pennen gebruikt maar hier en daar ook spijkers. Voor het waterdicht maken van de naden wordt naast mos ook gebruik gemaakt van koehaar of hennep met pek. Het gebruik van sintels verdwijnt in de 16e eeuw. De kogge was een van de eerste middeleeuwse scheepstypen, die werden uitgerust met een stevenroer dat scharnierend met ijzeren pennen in de vingerlingen hing. De ijzeren vingerling werd bevestigd op de achtersteven welke doorloopt over een huidplank. Vóór de 12e eeuw werd uitsluitend het zijroer toegepast, zoals bij de Vikingschepen. De stagen ondersteunden de mast. De mastvoet stond in het mastspoor onder in het schip. Op een hoger niveau in het schip werd de mast gesteund door een dwarsscheepse constructie. De ra werd gehesen door middel van de val, die naar een windas liep op het achterschip. Door de brassen werd de ra in de goede positie gedraaid. De schoten aan de onderkant van het zeil hielden het zeildoek strak. Bij het aan de wind zeilen, als de wind schuin van voren inkomt, zorgden de halzen en de boelijnen dat het zeil in de meest gunstige positie bleef staan.

De Kamper Kogge een reconstructie van een authentieke kogge uit 1340, bij de start van zijn eerste geslaagde Ommelandvaart in 2016.

Unieke vondst Kogge in IJssel
Digestum Vetus
Video lichting IJsselkogge
Over Koggen

Zo berichte de Stentor op 1 juli 2011, Op deze website treft u een verslag aan van de ontdekking tot uiteindelijk de expositie van de IJsselkogge.

De stad Kampen en de locatie waar de IJsselkogge is gevonden op een prent van Jacob van Deventer omstreeks 1560.

 

 

Door de met geofysische meetapparatuur gescande bodem van de IJssel blijkt in Juli 2011 een wrak te liggen van een groot (20 bij 8 meter) en opvallend schip, met overnaads geplaatste planken, een kogge, een wereldvondst en een gaaf exemplaar, dat eerdere vondsten in Bremen (1962) en Antwerpen (2000-2001) in de schaduw stelt, Het zoete rivierwater en de inbedding in rivierklei hebben voor een goede conservering gezorgd.

De bekendste Nederlandse afbeelding van een koggeschip is deze tekening in het `Digestum Vetus`, een 15de-eeuws register van besluiten van het Kamper stadsbestuur. De tekening laat een man in een sloep zien die de romp van het schip aan het teren is. De kogge werd in de dertiende eeuw ontwikkeld als opvolger van de platbodems die tot dan toe gangbaar waren de schepen waren ontworpen om zowel op zee als op de rivier te varen, de Kogge was echter veel zeewaardiger en kon veel meer lading vervoeren. In de late Middeleeuwen bevoeren honderden koggeschepen de Noord- en Oostzee. Natuurlijk waren daar ook Kamper kogges bij, alleen is daar nooit een tastbaar bewijs van gevonden. De enige echte aanwijzing is een getekende kogge in het Digestum Vetus, een door de secretaris van Kampen geïllustreerd stadsregister uit de tweede helft van de vijftiende eeuw.

Het stadsboek Digestum Vetus is een register met op het oog willekeurige optekeningen van allerlei aard die het dagelijks leven, economische organisatie, bestuur en rechtspraak van een middeleeuwse stad omvatten. Het Kamper Digestum Vetus is een unicum in Nederland omdat het hier het oudst bekende Nederlandse stadsboek betreft waarin pentekeningen zijn aangebracht die direct gerelateerd zijn aan het thema dat in het bijbehorende rubriek aan de orde wordt gesteld.

Tussen de grote hoeveelheid van juridische, bestuurlijke en maatschappelijke kwesties die in het Digestum Vetus aan bod komen, springt de nadruk die de stadssecretaris legde op kwesties die met zeden en moraliteit te maken hebben direct in het oog. Het aantal lemma's waarin onderwerpen als prostitutie, overspel, gokken en belediging is in vergelijking met de andere thema's onevenredig hoog. Het suggereert een bijzondere belangstelling van Pieter Hendrikszn. voor de naleving van de toen levende normen en waarden.

Afbeelding: collectie Stadsarchief Kampen

Video van de lichting van de IJsselkogge op 10 februari 2016

zie voor gedetailleerde informatie de pagina "Berging".

 

Voor de berging is een innovatieve methode ontwikkeld die de IJsselkogge, met een geschat gewicht van 50 ton en 20 meter lengte uit de IJssel moest lichten, Met een spuitlans werden op basis van waterkracht tunnels onder het wrak door gespoten. Hierdoor werden hijsbanden onder het wrak gebracht op een meter afstand van elkaar, hierdoor ontstond een soort mand van banden tevens werden er dwarsbalken geplaatst waarna met een innovatief computersysteem 40 motoren werden aangestuurd die de IJsselkogge decimeter voor decimeter uit het water tilde.

De middeleeuwse vaartuigen kenmerken zich door de overnaadse bevestiging van de huidplanken in de zijden, terwijl het vlakke deel van de bodem dikwijls karveel werd gebouwd. De overnaadse planken werden aan elkaar verbonden door spijkers die van buitenaf werden inge­slagen en aan de binnenzijde omgeslagen. De bevesti­ging van de planken aan de inhouten was met houten pennen uitgevoerd. De afdichting van de huid werd in de middeleeuwen vrijwel zonder uitzondering verkregen door de naden iets V-vormig uit te steken en op te vul­len met mos. Dit werd afgedekt met houten latjes die weer werden vastgezet door platte ijzeren krammen, zoge­naamde sintels.

 

 

Karveelbouw van bodem en zijden komt algemeen in ge­bruik na de middeleeuwen. De planken worden niet langer onderling verbonden, maar uitsluitend vastgezet op de inhouten. Hiervoor worden houten pennen gebruikt maar hier en daar ook spijkers. Voor het waterdicht maken van de naden wordt naast mos ook gebruik gemaakt van koehaar of hennep met pek. Het gebruik van sintels verdwijnt in de 16e eeuw.

De Kamper Kogge een reconstructie van een authentieke kogge uit 1340, bij de start van zijn eerste geslaagde Ommelandvaart in 2016.

De kogge was een van de eerste middeleeuwse scheepstypen, die werden uitgerust met een stevenroer dat scharnierend met ijzeren pennen in de vingerlingen hing. De ijzeren vingerling werd be­vestigd op de achtersteven welke doorloopt over een huidplank. Vóór de 12e eeuw werd uitsluitend het zij­roer toegepast, zoals bij de Vikingschepen.

 

 

De stagen ondersteunden de mast. De mastvoet stond in het mastspoor onder in het schip. Op een hoger niveau in het schip werd de mast gesteund door een dwarsscheepse constructie.

 

De ra werd gehesen door middel van de val, die naar een windas liep op het achterschip. Door de brassen werd de ra in de goede positie gedraaid. De schoten aan de onderkant van het zeil hielden het zeildoek strak. Bij het aan de wind zeilen, als de wind schuin van voren inkomt, zorgden de halzen en de boelijnen dat het zeil in de meest gunstige positie bleef staan.

  • Unieke vondst - Kogge in IJssel

    Zo berichte de Stentor op 1 juli 2011, op deze website treft u een verslag aan van de ontdekking tot het toekomstige Hanzemuseum.

    De stad Kampen en de locatie waar de IJsselkogge is gevonden op een prent van Jacob van Deventer omstreeks 1560.

     

    Door de met geofysische meetapparatuur gescande bodem van de IJssel blijkt in Juli 2011 een wrak te liggen van een groot (20 bij 8 meter) en opvallend schip, met overnaads geplaatste planken, een kogge, een wereldvondst en een gaaf exemplaar, dat eerdere vondsten in Bremen (1962) en Antwerpen (2000-2001) in de schaduw stelt, Het zoete rivierwater en de inbedding in rivierklei hebben voor een goede conservering gezorgd.

  • Digestum Vetus

    De bekendste Nederlandse afbeelding van een koggeschip is deze tekening in het `Digestum Vetus`, een 15de-eeuws register van besluiten van het Kamper stadsbestuur.

    De tekening laat een man in een sloep zien die de romp van het schip aan het teren is.

     

    Afbeelding: collectie Stadsarchief Kampen

     

    De kogge werd in de dertiende eeuw ontwikkeld als opvolger van de platbodems die tot dan toe gangbaar waren de schepen waren ontworpen om zowel op zee als op de rivier te varen, de Kogge was echter veel zeewaardiger en kon veel meer lading vervoeren.

    In de late Middeleeuwen bevoeren honderden koggeschepen de Noord- en Oostzee.

    Natuurlijk waren daar ook Kamper kogges bij, alleen is daar nooit een tastbaar bewijs van gevonden. De enige echte aanwijzing is een getekende kogge in het Digestum Vetus, een door de secretaris van Kampen geïllustreerd stadsregister uit de tweede helft van de vijftiende eeuw.

    Het stadsboek Digestum Vetus is een register met op het oog willekeurige optekeningen van allerlei aard die het dagelijks leven, economische organisatie, bestuur en rechtspraak van een middeleeuwse stad omvatten. Het Kamper Digestum Vetus is een unicum in Nederland omdat het hier het oudst bekende Nederlandse stadsboek betreft waarin pentekeningen zijn aangebracht die direct gerelateerd zijn aan het thema dat in het bijbehorende rubriek aan de orde wordt gesteld.

    Tussen de grote hoeveelheid van juridische, bestuurlijke en maatschappelijke kwesties die in het Digestum Vetus aan bod komen, springt de nadruk die de stadssecretaris legde op kwesties die met zeden en moraliteit te maken hebben direct in het oog. Het aantal lemma's waarin onderwerpen als prostitutie, overspel, gokken en belediging is in vergelijking met de andere thema's onevenredig hoog. Het suggereert een bijzondere belangstelling van Pieter Hendrikszn. voor de naleving van de toen levende normen en waarden.

     

  • Over Koggen
    De middeleeuwse vaartuigen kenmerken zich door de overnaadse bevestiging van de huidplanken in de zijden, terwijl het vlakke deel van de bodem dikwijls karveel werd gebouwd. De overnaadse planken werden aan elkaar verbonden door spijkers die van buitenaf werden ingeslagen en aan de binnenzijde omgeslagen. De bevestiging van de planken aan de inhouten was met houten pennen uitgevoerd. De afdichting van de huid werd in de middeleeuwen vrijwel zonder uitzondering verkregen door de naden iets V-vormig uit te steken en op te vullen met mos. Dit werd afgedekt met houten latjes die weer werden vastgezet door platte ijzeren krammen, zogenaamde sintels. Karveelbouw van bodem en zijden komt algemeen in gebruik na de middeleeuwen. De planken worden niet langer onderling verbonden, maar uitsluitend vastgezet op de inhouten. Hiervoor worden houten pennen gebruikt maar hier en daar ook spijkers. Voor het waterdicht maken van de naden wordt naast mos ook gebruik gemaakt van koehaar of hennep met pek. Het gebruik van sintels verdwijnt in de 16e eeuw. De kogge was een van de eerste middeleeuwse scheepstypen, die werden uitgerust met een stevenroer dat scharnierend met ijzeren pennen in de vingerlingen hing. De ijzeren vingerling werd bevestigd op de achtersteven welke doorloopt over een huidplank. Vóór de 12e eeuw werd uitsluitend het zijroer toegepast, zoals bij de Vikingschepen. De stagen ondersteunden de mast. De mastvoet stond in het mastspoor onder in het schip. Op een hoger niveau in het schip werd de mast gesteund door een dwarsscheepse constructie. De ra werd gehesen door middel van de val, die naar een windas liep op het achterschip. Door de brassen werd de ra in de goede positie gedraaid. De schoten aan de onderkant van het zeil hielden het zeildoek strak. Bij het aan de wind zeilen, als de wind schuin van voren inkomt, zorgden de halzen en de boelijnen dat het zeil in de meest gunstige positie bleef staan.

    De Kamper Kogge een reconstructie van een authentieke kogge uit 1340, bij de start van zijn eerste geslaagde Ommelandvaart in 2016.

  • Unieke vondst - Kogge in IJssel
  • Digestum Vetus
  • Over Koggen
Contact | All Rights Reserved |